Je wordt vrouw, vindt een partner, en je krijgt kinderen, PUNT

Al weken word ik eraan herinnerd dat Moederdag eraan zit te komen door alle advertenties in reclames op tv, radio en de aanprijzingen in winkels. Het is een dag waarop ik eigenlijk dankbaar moet zijn voor mijn eigen moeder en blij voor de moeders om me heen. Maar in werkelijkheid is het een dag, zijn het weken, waarop ik me doodongelukkig voel. De dag ná Moederdag is altijd weer een opluchting, ik ben er weer een jaar vanaf, en voel ik mijn hart weer ontspannen.

Het verdriet van het feit dat ik nooit moeder zal worden blijft altijd aanwezig. Meestal wat meer op de achtergrond maar soms laait het ineens op, zijn mijn alles overheersende hormonen weer volop aanwezig en is het straatbeeld vol met zwangere vrouwen, moeders achter een kinderwagen of vaders met hun koter op de fiets. Het liefst ga ik dat soort situaties uit de weg. Familiedagen, verjaardagen en andere bijeenkomsten waar kinderen of zwangere vrouwen aanwezig zijn daar ga ik al tijden niet meer heen. Jarenlang hoopte ik dat ik erachter zou komen dat ik helemaal geen EDS (Ehlers-Danlos syndroom) had. In de jaren na mijn diagnose heb ik vaak getwijfeld of die diagnose wel correct was, misschien vanwege de hoop op een andere toekomst.

Bewust maar ook onbewust heb ik mensen afgestoten die in blijde verwachting waren of kleine kinderen hadden. Als ik weer zo’n blij gezicht zag, en hoorde vertellen dat er een kleintje op komst was kreeg ik weer die spreekwoordelijke klap in mijn gezicht. Samen met de woorden “wat leuk!” “alles gezond?” Wil ik zo snel mogelijk weg in de hoop dat ik mijn gedachten weer op een ander spoor kan zetten en er niet te lang over treur, lees: alles bij elkaar jank!

Te pas en te onpas word ik geconfronteerd met kinderen, van reclames over zwangerschapstesten op social media, positiekleding op websites van postorderbedrijven, baby spullen in reclamefolders van de supermarkt of een drogisterij. Een bekende die vol trots ongevraagd een heel fotoalbum van het net geboren kleinkind met me deelt via WhatsApp. In een tv programma dat dan “de leukste homevideo’s” wordt genoemd, zie ik hysterisch gillende oma’s voorbij komen die het maar niet kunnen geloven dat ze een kleinkind krijgen en stelletjes met een grote taart, waar in de binnenkant is te zien wat het geslacht is van de net verwekte telg. Ook niet te vergeten, de net iets te volle dames die tegen me zeggen: “Wat heb jij een goed figuur, je hebt zeker geen kinderen?….. “Nee dat klopt” maar je moest eens weten hoe hard er aan dit lichaam gewerkt word om het zo te houden! Zou je ook eens kunnen proberen.

Een vriendin vertelde me dat ze bezig waren met een traject om zwanger te worden. Toen ze eenmaal zwanger was vertelde ze me dat het eigenlijk te snel ging, dat ze niet had verwacht al meteen met de eerste poging zwanger te worden en dat ze grote twijfels had. Deze zin sprak ze uit nadat ze opgetogen en blij vertelde dat het gelukt was, ik kon wel door de grond zakken. Daar waar we met elkaar hadden gesproken over het feit dat ik het ontzettend moeilijk vond nooit moeder te zullen zijn leek ze erg begripvol. Misschien waren het de hormonen, maar die woorden deden ontzettend pijn. Toen ze later zo ontzettend graag een fotoshoot wilde van haar zwangere buik, heb ik haar uitgenodigd in de studio, met grote moeite heb ik mijn camera ter hand genomen en haar uitpuilende buik vastgelegd op de gevoelige plaat. Toen de koter eenmaal was uitgepoept, was het snel klaar met de vriendschap, misschien zag ik het te donker in.

Veel mensen hebben niet in de gaten dat ongewenste kinderloosheid voelt als rouwen. Rouwen om iets wat er nooit is geweest, om het kind dat je nooit hebt gehad, om de onvervulde kinderwens. Dat je nooit hebt mogen weten hoe het voelt om zwanger te zijn. Weten dat je nooit je kind in je armen zult hebben of ziet opgroeien en dus ook nooit oma zult worden. Natuurlijk weet ik ook wel dat het moederschap niet alleen maar rozengeur en maneschijn is, en dat het voor mij lichamelijk veel te zwaar zou zijn een kind op te voeden. Alleen maakt dat het oerinstinct van voortplanting niet minder.

Eigenlijk heb ik me nooit echt uitgesproken over mijn verdriet om mijn kinderloosheid. Wel in de praktische zin als iemand vraagt of ik kinderen heb. Soms vertel ik dan dat er 50% kans is dat mijn kinderen ook EDS (Ehlers-Danlos syndroom) krijgen en dat een zwangerschap mijn lichaam geen goed zal doen. Meestal wordt er dan instemmend geknikt maar daar houdt het dan ook mee op. Wat het met je doet als je weet dat je nooit mama zult worden, en dat dat een bewuste keuze is, dat komt nooit écht ter spraken. Met naasten heb ik het er wel eens over, dat ik het moeilijk vind en zij doen echt hun best om daar rekening mee te houden voor zover dat kan. Het is voor mij, maar ook voor hen, een ontzettend lastig onderwerp. Voorheen vond ik het altijd wat overdreven om daar zo’n verdriet van te hebben, eerst kon ik het ook niet plaatsen, het voelt als rouwen om iets wat er nooit is geweest en dat is raar. Ik merk dat ik me schaam, niet voor het feit dat ik geen kinderen heb maar voor de gevoelens die het nooit mama zullen zijn met zich mee brengt. Misschien dat ik er daarom niet veel over praat, het voelt vreemd om zoveel verdriet en eenzaamheid te voelen van iets wat er niet is geweest en er ook nooit zal zijn. Dat er nooit tegen me gezegd zal worden “mama ik vind je lief”. (of “mama ik heb honger” of “mama ik haat je!!”)

Een paar jaar geleden ben ik een tijdje bij mijn ouders in huis geweest, in bepaalde opzichten was dat fijn maar het was ook zeer confronterend. Mijn ouders wonen in het dorp waar ik ben opgegroeid, in een wijk waar veel van mijn leeftijdsgenoten wonen, dorpsgenoten die bij mij op school of in de klas hebben gezeten. Met enige regelmaat zie ik die leeftijdsgenoten voorbij fietsen met hun kleine spruit vrolijk lallend voor op de fiets of lopend met een kinderwagen. Ik merkte dat ik alleen maar depressiever werd, terwijl ik in eerste instantie eigenlijk daarheen was gegaan om even bij te tanken omdat het mentaal niet zo goed met me ging. In de laatste paar weken van het verblijf bij mijn ouders was ik zo ontzettend klaar met mijn verdriet, ik moest mezelf een schop onder mijn kont geven, ik had genoeg getreurd en gejankt!

In een podcast had ik gehoord dat het misschien zou kunnen helpen het verdriet om kinderloosheid een plekje te geven door een sieraad of een tatoeage. Een tatoeage gaat me net een stapje te ver, maar een kettinkje dat leek me wel wat. Als ik er behoefte aan heb kan ik het om doen en als ik er geen behoefte aan heb kan ik het gewoon weer afdoen. In mijn ogen is het nog steeds iets geks, een kettinkje om iets te gedenken wat er niet is, nooit is geweest en ook nooit zal zijn. Ik heb nu eenmaal een lastig lichaam en in mijn situatie is een kind op de wereld zetten gewoon geen optie. Ik ben geen deel van de keten, bij mij houd het op, PUNT.

Dat het ontzettend pijn doet en altijd lastig zal blijven, in welke fase van mijn leven dan ook, moet ik onder ogen zien en het ene moment zal het wat makkelijker zijn dan het andere. Het is een proces van acceptatie dat ik altijd voor me uit heb geschoven, ook wel met het idee dat de wetenschap niet stil staat en de hoop dat er misschien nog wel eens een optie ontwikkeld zal worden waarin het voor mij wel mogelijk zou zijn om mijn eigen kindje in mijn armen te kunnen sluiten.

Met het besluit om op deze manier dit verdriet een plekje te geven is “mijn rouwproces” begonnen. Op dat moment wist ik dat alleen al het uitzoeken van dit kettinkje en op deze manier bezig te zijn met “mijn proces”, me zal gaan helpen. Op zoek naar een kettinkje koos ik voor twee hangertjes. Een hartje dat staat voor liefde, de liefde voor mezelf maar ook voor mijn lijf en een libelle dat staat voor mij voor transformatie, de reis van het donker naar het licht, the afterlife and the freedom of the spirit.

Al jaren heb ik een naam voor dit zo gewenste kindje in mijn hoofd, ik laat dit in één van de hangertjes graveren. Het doosje met het kettinkje is mooi ingepakt en ik heb me voorgenomen om het pas later uit te pakken omdat ik het moeilijk vind. Een paar avonden later maak ik het open, gewoon om er even naar te kijken. Het voelde goed, ik was eerder simpelweg nog niet klaar om dit verdriet een plekje te geven. Het doosje met het dekseltje erop zet ik naast mijn bed op het nachtkastje. De volgende ochtend zie ik dat alleen het cadeaupapiertje nog op het nachtkastje ligt, het doosje is weg. Ik kijk over de rand van het bed en zie dat het doosje tussen mijn schoenen op de grond ligt. Het doosje is open met het kettinkje naar boven en het dekseltje ernaast. Een rilling loopt over mijn nek, voor ik het weet voel ik een traan over mijn wang rollen. Die zelfde week ben ik met mijn hondje buiten langs de waterkant en landt er een libelle op mijn borst. Hij is lang blijven zitten, het gaf me weer kippenvel, nu over mijn hele lijf. Het voelde als een teken dat het goed is. Zachtjes begeleid ik de libelle met mijn hand weer richting het water…. dank je, het is goed zo. Het voelt als een teken dat het tijd is, dat mijn keuze om dit kettinkje te kopen de juiste was en dat het tijd is om dit verdriet en het gemis een plekje te geven, ook dit verdriet mag er zijn. Eindelijk omarm ik mijn verdriet van gemis. Het is tijd om een kinderlach toe te laten in mijn hart.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.